WMD- Statenstuk 2017-785

Onderstaand de bijdrage van de Statenfractie van GroenLinks Drenthe inzake de perikelen rondom de WMD.

In de media en van de collega's hebben we inmiddels genoeg gehoord over het handelen van onder andere de Directeur van de WMD, de RvC, en individuele commissaris, de accountant en de heer Tichelaar als voorzitter van de Stichting Waterprojecten Oost-Indonesië.
 
Voorop staat dat ontwikkelingshulp in eerste plaats hulp is, en geen investering. Ook wisten we met z’n allen al jaren van de Indonesische waterprojecten, daar is op zich niets nieuws of geheimzinnigs aan. Op het moment dat Minister Ploumen aangaf: investeringen en leningen moeten worden afgebouwd en worden omgezet in subsidie, was dat een tegenvaller, maar ook daar was an sich niets aan te doen.
 
Probleem zit hem er vooral in dat we dat veel te laat hebben vernomen, omdat de directeur (en anderen) het rapport waarschijnlijk opzettelijk hebben achtergehouden voor RvC en aandeelhouders. Bovendien blijken de risico's voor de WMD vele malen groter te zijn geweest dan door de directie is gedeeld.
 
In het jongste memo van Trip lezen wij daarover: "Gelet op het vorenstaande is het vanuit juridisch oogpunt naar onze mening zeer goed te verdedigen dat beide organen [bestuur en RvC] hier een rechtens relevant verwijt valt te maken en dus gesproken kan worden van onbehoorlijk bestuur en onbehoorlijk toezicht."
 
We hebben later beheersmaatregelen kunnen treffen dan de verschijningsdatum van het rapport, wat mogelijk heeft geleid tot extra verlies. Als antwoord op onze vraag naar de orde van groote van dat extra verlies horen wij echter:
 
Op basis van de bij ons bekende informatie denken we niet dat de verliezen in de projecten in Indonesië met het eerder bekend worden van het rapport van BuZa lager had uitgepakt, immers de projecten en dus de investeringen waren allen reeds gedaan.
 
Bovendien is er veel meer geïnvesteerd dan bekend was bij de RvC en de aandeelhouders, waardoor het risico, en nu de schade, groter zijn uitgevallen dan in beeld was. Wij verwachten dat schade, waar mogelijk, verhaald wordt op die personen die hun bestuursfunctie of toezichthoudende niet naar behoren hebben uitgevoerd. Uit onderzoek en juridische stappen zal moeten blijken wie verantwoordelijk is en of dat inderdaad verhaalbaar is. Daar kunnen wij als politiek weinig aan bijdragen.
 
Vandaag voeren wij een debat met onze aandeelhouder. Op mijn verzoek heeft de heer Bijl in de brief geschetst welke maatregelen gewenst waren, wat daarvan al is gerealiseerd en wat nog te doen staat. Daar kan mijn fractie op dit moment mee instemmen. Vandaag hoor ik graag van hem wat het memo van Trip betekent voor verdere stappen. 
 
Nog een aantal aandachtspunten en daar krijg ik graag een reactie op van de Gedeputeerde:
- De constructie met de heer Tichelaar als voorzitter van de SWOI was in ieder geval niet handig. Nevenfuncties van GS worden wel gemeld aan PS, maar zonder instemming vooraf op basis van achtergrondinformatie. Ik ontvang graag detoezegging van GS dat zij nog eens kritisch kijken naar de aanvaarding van nevenfuncties en daar nadere afspraken over maken.
- De genoemde discussie over de stemverhouding in de AvA zou wat GroenLinks betreft op korte termijn gevoerd moeten worden. Dit kan volgens ons leiden tot een betere en kritischer houding van de aandeelhouders, indien hun stem ook “echt” telt. Wij zijn wel voorstander van herverdeling van het stemrecht.